Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF9356

Datum uitspraak2003-01-29
Datum gepubliceerd2003-10-08
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers354-D02
Statusgepubliceerd


Indicatie

Ontvankelijkheid hoger beroep.


Uitspraak

[a] Uitspraak : 5 maart 2003 Rekestnummer : 354-D-02 Rekestnr. rechtbank : 101815 BM VERZ 02-21 GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE FAMILIEKAMER B e s c h i k k i n g in de zaak van [man], wonende te Leerdam, verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, procureur mr. H.G.T.J. Jansen. Als belanghebbende is opgeroepen: [belanghebbende], wonende te Leerdam. PROCESVERLOOP De man is op 21 mei 2002 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de kantonrechter in de rechtbank te Dordrecht van 25 februari 2002. Van de zijde van de man zijn bij het hof aanvullende stukken ingekomen bij brief van 19 juli 2002. Bij brief van 28 januari 2003 van mr. M. Mook, de advocaat van de man, is medege-deeld dat het hoger be-roep wordt inge-trok-ken. DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP Een intrekking van het hoger beroep heeft tot gevolg dat het hoger beroep geldt als een hoger beroep zonder gronden, zodat de man in het hoger beroep niet-ontvan-kelijk ver-klaard dient te worden. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: verklaart de man niet-ontvan-ke-lijk in zijn hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Gerretsen-Visser en Labohm, bijge-staan door mr. Martens als griffier en uit-gespro-ken ter openba-re terechtzit-ting van 5 maart 2003.